Je vraagt je collega hoeveel hij verdient en ontdekt dat jullie in dezelfde schaal zitten, maar hij netto een stuk meer overhoudt. Of je staat op het punt je eerste echte contract te tekenen en snapt niet goed wat schaal LB nu eigenlijk inhoudt voor je maandelijkse rekeningen. Het salaris van een leraar in Nederland is vastgelegd in cao’s en salarisschalen, maar wat dat concreet betekent voor jouw bankrekening is een stuk minder helder dan het lijkt. Wij van Bedrijfskennis.nl leggen het uit: van startschaal tot eindschaal, van basisonderwijs tot voortgezet onderwijs, en waar de ruimte zit om daadwerkelijk meer te verdienen.
Salarisschalen in één oogopslag: LB, LC en LD
Leraren vallen onder drie hoofdschalen: LB, LC en LD. Welke schaal bij jou hoort, hangt af van je sector en je bevoegdheid. In het primair onderwijs (po) werken de meeste leraren in LB; een hogere functie of specialisatie kan leiden tot LC. In het voortgezet onderwijs (vo) is LC de standaard voor tweedegraads docenten, terwijl eerstegraads bevoegde docenten in LD vallen.
| Schaal | Sector | Bruto maandsalaris (bandbreedte) | Typische functie |
|---|---|---|---|
| LB | PO (en entreeniveau VO) | ca. €2.800 tot €4.100 | Leraar basisonderwijs, startende VO-docent |
| LC | PO (senior) en VO (tweedegraads) | ca. €3.300 tot €4.900 | Senior leraar PO, tweedegraads VO-docent |
| LD | VO en MBO (eerstegraads) | ca. €3.900 tot €6.000 | Eerstegraads docent VO, vakspecialist MBO |
Let op: deze bedragen zijn gebaseerd op de cao’s die in 2026 van kracht zijn. De exacte tredewaarden staan in de salaristabellen van de cao PO en cao VO. Raadpleeg altijd de actuele tabel via je schoolbestuur of vakbond, want de bedragen worden periodiek bijgesteld.
Hoe tredestijging werkt: automatisch of op basis van prestaties?
Binnen elke schaal doorloop je treden. In de meeste gevallen stijg je automatisch één trede per jaar, totdat je het maximum van de schaal bereikt. Een LB-schaal telt ruwweg tien tot twaalf treden; dat betekent dat je na een jaar of tien het maximum bereikt als je niets extra’s doet.
In theorie kan een schoolbestuur de tredestijging uitstellen bij onvoldoende functioneren, maar in de praktijk gebeurt dat zelden. Omgekeerd is versneld doorgroeien ook mogelijk, maar dit is afhankelijk van schoolbeleid en beschikbaar budget. Ga er dus niet automatisch van uit dat goed presteren je sneller omhoog stuurt. Vraag actief na wat het beleid op jouw school is.
Het verschil tussen po en vo: niet vergelijkbaar, ook al lijkt het zo
Een leraar basisonderwijs in LC en een tweedegraads VO-docent in LC zitten formeel in dezelfde schaal, maar hun werkomstandigheden en doorgroeimogelijkheden verschillen aanzienlijk. In het po is de stap van LB naar LC verbonden aan de functiemix: een schoolbestuur bepaalt hoeveel procent van de leraren in LC mag zitten. In het vo is LC de standaard instapschaal voor tweedegraads docenten.
Een eerstegraads VO-docent met een master of universitaire lesbevoegdheid voor de bovenbouw valt in LD en verdient structureel meer, tot duizend euro bruto per maand meer dan een LC-collega bij het maximum. Dat verschil loopt over een loopbaan flink op.
Wat er boven het basissalaris zit
Je loonstrook bestaat uit meer dan alleen het schaalsalaris. Afhankelijk van je school en situatie kunnen de volgende onderdelen je bruto maandinkomen verhogen:
- Vakantiegeld: 8 procent van je jaarsalaris, uitbetaald in mei of juni.
- Eindejaarsuitkering: in de cao PO en cao VO is dit een vast percentage (doorgaans 6 tot 8 procent), uitbetaald in november of december.
- Onregelmatigheidstoeslag: bij avond- of weekendwerk, relevant voor sommige MBO-docenten of bij bijzondere schoolprogramma’s.
- Werkdrukbudget: scholen ontvangen extra geld om werkdruk te verlagen. Hoe dat wordt ingezet verschilt per school; sommige besturen keren een deel uit als directe toeslag.
- Lerarentekortbonussen of zij-instroomregelingen: in regio’s met een groot tekort, zoals de Randstad, bieden sommige schoolbesturen extra aanstellingspremies of hogere intredeschalen.
De functiemix als doorgroeipad: veelbelovend, maar niet altijd vlot
De functiemix is het beleidsinstrument waarmee scholen leraren van LB naar LC of van LC naar LD kunnen bevorderen. Het idee is dat leraren die meer taken op zich nemen of hogere kwalificaties hebben, ook een hogere functie en bijbehorend salaris krijgen. In de praktijk loopt dit stroef, om twee redenen.
Ten eerste heeft elk schoolbestuur een maximumpercentage voor hogere schalen, gebaseerd op afspraken in de sector. Ten tweede vereist een functiepromovering in veel gevallen een formeel functieprofiel en een besluit van het bestuur, niet alleen goedkeuring van de directeur. Wij van Bedrijfskennis.nl adviseren leraren die doorgroei ambiëren om dit gesprek niet af te wachten, maar zelf te initiëren met een concreet voorstel en verwijzing naar de cao-ruimte.
Eerstegraads versus tweedegraads bevoegdheid: wat levert bijscholing op?
Een tweedegraads VO-docent die via een educatieve master eerstegraads bevoegd wordt kan doorstromen van LC naar LD. Het bruto maandverschil bij instap in LD ten opzichte van het maximum van LC kan oplopen tot zo’n 600 tot 1.000 euro per maand, afhankelijk van de trede. Over een loopbaan van twintig jaar praat je dan over een aanzienlijk bedrag.
De investering in een master (tijd, studiekosten, studiebelasting) is groot. Sommige schoolbesturen vergoeden de opleiding volledig of gedeeltelijk, zeker als er in de bovenbouw een tekort is aan eerstegraads docenten. Informeer bij je bestuur of er een studiekostenbeding aan verbonden is, want dat bepaalt of je na diplomering vrij bent om van school te wisselen.
Rekenvoorbeeld: bruto naar netto voor een LB-starter en een LD-veteraan
Een startende leraar basisonderwijs in LB trede 1 verdient bruto circa €2.800 per maand. Na aftrek van loonheffing (inclusief arbeidskorting en heffingskorting) houd je netto ruwweg €2.100 tot €2.200 over. Tel je vakantiegeld en eindejaarsuitkering mee, dan kom je op een bruto jaarsalaris van circa €35.000 tot €37.000.
Een ervaren eerstegraads VO-docent in LD trede max verdient bruto rond de €5.800 tot €6.000 per maand. Netto, na loonheffing, blijft er circa €3.600 tot €3.800 over. Met vakantiegeld en eindejaarsuitkering zit het bruto jaarsalaris richting €85.000 tot €90.000. Het verschil in netto inkomen tussen start en eind van een loopbaan is dus substantieel, maar de loonheffing stijgt ook mee.
Vergelijking met aanverwante functies
Ter oriëntatie: een intern begeleider (IB-er) in het po valt doorgaans in LC of soms in een aparte schaal net daarboven. Een adjunct-directeur zit in de schalen LD of hoger (ME en MA), met een bruto maandsalaris dat kan oplopen tot €5.000 tot €6.500. Een onderwijsondersteuner of onderwijsassistent valt in de lagere schalen (LA of LB instap) en verdient structureel minder dan een volledig bevoegd leraar.
Wat je nu kunt doen: je eigen positie toetsen
Weet je niet zeker of je op de juiste trede zit? Dan is het verstandig om dit actief te controleren. Gebruik deze checklist als voorbereiding op een gesprek met je leidinggevende of HRM:
- Vraag je actuele salarisstrook op en noteer je schaal en trede.
- Vergelijk dit met de salaristabel in de geldende cao (PO of VO), beschikbaar via de website van je vakbond of werkgeversorganisatie.
- Controleer of je in aanmerking komt voor LC als je al meerdere jaren in LB zit en extra taken vervult.
- Vraag expliciet of je school deelneemt aan zij-instroomregelingen of regionale lerarentekortbonussen.
- Informeer naar de studiefaciliteiten als een eerstegraads bevoegdheid voor jou een realistisch doel is.
- Leg in het gesprek de nadruk op wat jij concreet bijdraagt, niet alleen op wat je wilt verdienen.
De salarisschalen LB, LC en LD liggen vast in de cao, maar wat jij er uiteindelijk aan overhoudt hangt af van je sector, je bevoegdheid, de keuzes van je schoolbestuur en hoe actief je zelf je loopbaan bijhoudt. Een automatische tredestijging regelt zichzelf, maar een overgang naar een hogere schaal of een functiemix-promotie doe je niet door af te wachten. Controleer je eigen positie in de actuele cao-tabel, vergelijk die met je loonstrook en ga het gesprek aan met je leidinggevende als er iets niet klopt. Dat is gewoon je goed recht.